We stellen de lezers twee heren voor die beiden de achternaam Sturm dragen en in dezelfde stad Straatsburg actief waren en ook nog in dezelfde tijd leefden, de eeuw van de Reformatie – al was de eerste wel 18 jaar ouder dan de tweede. Waren ze familie van elkaar? De heren worden, heel begrijpelijk, nog weleens met elkaar verward. Toch was hun dienst aan de samenleving verschillend, al raakten de politiek van de één en het onderwijs van de ander elkaar uiteraard wel. Hun streven was erop gericht het ware welzijn van de Straatsburgers te bevorderen. Dat was in de 16deeeuw bepaald geen sinecure. 

  1. Jakob Sturm

De volledige naam van de eerstgenoemde heer is Jakob Sturm von Sturmeck, in het Frans Jacques Sturm de Sturmeck. De naam Sturmeck is waarschijnlijk te verbinden met de locatie bij de Visserstoren in Straatsburg waar de familie een molen bezat. De uit de middeleeuwen stammende naam is later verkort tot Sturm, slechts enkele telgen van deze vooraanstaande familie dragen de volledige naam Sturm von Sturmeck. Zo ook ‘onze’ Jakob – hij moest onderscheiden blijven van die andere familie Sturm.  

Jakob zag het levenslicht op 10 augustus 1489 in Straatsburg, een stad die zich frank en vrij opstelde in het Duitse keizerrijk; het was alleen aan de keizer verantwoording schuldig = met een typisch Duitse term werd die positie als ‘Reichsunmittelbar’ bestempeld – en verder regelde men de stedelijke zaken in eigen verantwoordelijkheid.

Vader Martin Sturm was een patriciër die zonder veel ambitie zijn plaats innam in de Straatsburgse magistraat. Van moederszijde was de familie ook politiek actief, maar toch werd Jakob in eerste instantie voorbestemd voor een functie in de kerk. Daarvoor vervolgde hij na de Latijnse School zijn studie aan de universiteit van Heidelberg, waar hij onder leiding van de christen-humanist Jakob Wimpfeling zich van 1501-1504 verder bekwaamde in de vrije kunsten (artes liberales). Daarna werd gekozen voor de universiteit van Freiburg im Breisgau, waar Jakob van 1504-1508 theologie en ook rechten studeerde. Maar een keus voor een kerkelijk ambt maakte hij niet. Wel gaf hij soms onderwijs. 

Een werkkring gevonden

Jakob kon het zich permitteren een aantal jaren niets te doen. Hij hield zich alleen bezig met de boeiende ontwikkeling van het humanisme van Erasmus; een kring van jonge geleerden kwam zo nu en dan bij elkaar, veel van hen hadden Wimpfeling als leermeester gehad. Dat ‘nietsdoen’ duurde al met al tot 1517 – toen kwam het moment dat Jakob ging dienen als bibliothecaris en secretaris van graaf Heinrich von der Pfaltz, de proost van Ellwangen (in het oosten van het tegenwoordige Württemberg). Bij hem was hij actief tot november 1523 en deed veel bestuurlijke ervaring op. Maar de grootste ervaring was zijn ommekeer naar het Evangelie: Jakob werd een volgeling van Luther. Misschien had hij diens indrukwekkende dispuut in Heidelberg meegemaakt. Of waren het de grote verhalen daarna die duidelijk maakten wat Luthers ‘theologie van het kruis’ inhield? In ieder geval kon en wilde hij niet langer bij zijn voluit rooms-katholieke werkgever blijven. Deze Heinrich von der Pfalz werd in 1524 bisschop van Utrecht, later diende hij als bisschop van Freising.  

Terug in Straatsburg

Nu keerde hij terug naar Straatsburg, waar de Reformatie al begonnen was onder leiding van Matthias Zell, de theoloog en prediker aan de Münster van Straatsburg. Nu kreeg deze reformatorisch-gezinde prediker juist in 1523 nieuwe collega’s: Wolfgang Capito en Martin Bucer. Toen deze reformatoren naar verdere vernieuwing streefden, kregen zij de steun van de Raad van Straatsburg, 1 december 1523. Enkele maanden later, toen Jakob Sturm weer in Straatsburg woonde, liet hij zich kiezen tot lid van de Grote Raad, wat hem de mogelijkheid bood om de nu ingeslagen weg naar verdere kerkhervorming in goede banen te leiden. Dat betekende onder meer dat Sturm de Duitse Boerenoorlog, die zich ook aan de westzijde van de Rijn voordeed, zo ver mogelijk buiten de poorten van Straatsburg te houden. In deze tijd trouwde Jakob Sturm met de dochter van de Stettmeister (d.i. de eerste burgemeester) Hans Bock von Gersheim; maar zij overleed al in 1529, waarna Jakob niet een nieuwe huwelijkspartner heeft gezocht. In sommige perioden diende hij ook als burgemeester – na verkiezingen. 

Versterking van de Reformatie

Op twee fronten, het politieke en het kerkelijk-theologische, heeft Jakob Sturm zich ingezet voor het behoud en de versterking van de Reformatie. Dat begon heel duidelijk te worden in het jaar 1529. Als eerste letten we op zijn politieke streven. 

Als verantwoordelijk lid van de Raad van Dertien voor buitenlandse zaken werd Sturm afgevaardigd naar de Rijksdag van Speyer (= Spiers), 21 februari 1529. Dat Sturm daar vooral de zaak van de vrije rijkssteden naar voren bracht was uiteraard mede ingegeven door de vrees dat keizer Karel V aan sommige van die steden dat recht weleens kon ontnemen. En daarmee zou dan de Reformatie in Straatsburg veel verliezen, in de eerste plaats de inwoners van de stad, maar tegelijk ook de vele geloofsvluchtelingen uit Frankrijk, Duitsland en de Nederlanden. Een gelukkige omstandigheid was het feit dat Karel V internationaal klem kwam te zitten tussen zijn Franse rivaal koning Frans I en de oprukkende Turken in Midden-Europa. De keizer kon tegen de ketters geen vuist maken, ja hij moest zijn protestantse vorsten en steden zien te behouden, ook na hun Protestatio op de Rijksdag van Speyer, d.w.z. hun protest tegen de keizerlijke pro-roomse religiepolitiek. 

Ook het kerkelijk-theologisch aspect toont aan hoe Jakob Sturm bezig ging om de eenheid onder de Europese protestanten te bevorderen. Daarin stond hij in een vrijwel identieke denklijn als Philips, landgraaf van Hessen. Deze vorst nodigde alle leiders van de Reformatie uit op zijn hooggelegen kasteel in Marburg om met elkaar te spreken over theologische geschilpunten die zijns inziens een belemmering vormden voor politieke eendracht. In oktober 1529 kwam een heel bijzonder gezelschap naar Marburg; zo goed als alle reformatoren en hun medewerkers: Luther, Melanchthon, Zwingli, Oecolampadius, Bucer, Hedio, Osiander en nog vele anderen. Onder de meer politieke figuren zag men ook Jakob Sturm. De theologen confereerden over een groot aantal thema’s waarvan men meende dat daarin hun verschillen uitkwamen. Na enkele dagen bleek er een grote mate van overeenstemming te bestaan! Men hoopte dat dit ook zou blijken op het meest aangelegen punt van het Avondmaal, maar daarover werd men het niet eens. Als een soort slotdocument werden de 15 Marburger Artikeln opgesteld, waarvan het laatste artikel over het Avondmaal ging en waarvan een deel niet door alle gesprekspartners werd geaccepteerd. Met die restrictie zetten de deelnemers hun handtekening onder deze artikelen, waarmee toch de eenheidsgedachte benadrukt werd. In de praktijk kregen deze artikelen echter weinig status en al helemaal geen politiek effect. 

De Rijksdag van Augsburg 1530 liet zien dat de geloofseenheid tussen de protestanten niet bereikt was: de keizer kreeg drie afzonderlijke geloofsbelijdenissen aangeboden, de Lutherse, de Zwingliaanse en de belijdenis van vier steden waaronder Straatsburg. Jakob Sturm bood deze Confessio Tetrapolitana aan op de rijksdag. Hij verlangde dat de keizer de protestantse kerkgemeenschap zou dulden. De keizer schonk er geen bijzondere aandacht aan.

Jacob Sturm von Sturmeck - Wikipedia
Jacob Sturm

Reformatorisch politiek verbond

Voor Jakob Sturm vormden de ontwikkelingen in 1529 een belangrijk signaal: als de protestantse vorsten en steden in het Duitse rijk hun particularismen nu eens terzijde schoven en zich samen zouden richten op het gemeenschappelijke belang van het behoud van het protestantse geloof, dan zou de keizer hen niet zo gemakkelijk kunnen onderdrukken. Zo gebeurde het dat veel protestantse vorsten en steden na veel vijven en zessen het Schmalkaldisch Verbond oprichtten in februari 1531. Dat was voor Straatsburg met zijn politieke leider Sturm reden om zich daar ook bij aan te sluiten. En hij liet zich gelden: Sturm was in de jaren 1532 tot 1546 meestal aanwezig op de vergaderingen van de bondgenoten. Na 1546 werd de macht van het Schmalkaldisch Verbond enorm verzwakt doordat de keizer Maurits van Saksen aan zijn kant kreeg. Toen Karel V het Interim afkondigde, was ook Jakob Sturm als lid van de Raad genegen om een aantal roomse gebruiken in de kerk weer toe te laten. Deze pragmatische houding kon Martin Bucer was niet waarderen; hij wist naar Engeland uit te wijken. In 1552 wist Sturm te voorkomen dat zijn stad werd ingenomen door de Franse koning Hendrik II. Kort voort zijn overlijden op 30 oktober 1553 heeft Sturm nog meegemaakt dat de keizer de steun van Maurits verloor en daardoor zozeer aan macht inboette, dat de Reformatie haar verlies grotendeels weer kon wegwerken. 

Bibliotheek – academie – universiteit 

Samen met zijn naamgenoot (maar geen familielid) Johannes Sturm, over wie hieronder meer, nam Jakob in 1538 het initiatief tot de oprichting van een bibliotheek in het protestantse gymnasium. Dat kreeg een dusdanige uitwerking dat het gymnasium tot een breed wetenschappelijk centrum uitgroeide en na 40 jaar van keizer Maximiliaan II de status van academie kreeg, terwijl het in 1621 door keizer Ferdinand II tot universiteit werd uitgeroepen. 

Geloofsvluchtelingen

Toen in Frankrijk de geloofsvervolgingen meer en meer slachtoffers maakten (in de jaren ’30) nam de Raad van Straatsburg het besluit om 1500 Franse protestanten op te nemen en hen asiel te verlenen. Voor hen werd ook een kerkgebouw gereserveerd en een predikant gevraagd om hen pastoraal terzijde te staan. Die predikant werd de pas uit Genève verbannen Johannes Calvijn. Hoe zegenrijk diens werk is geweest in zijn Straatsburgse jaren is nauwelijks te beschrijven. Als pastor bezocht hij zowel directe geloofsgenoten (die hem misschien al kenden van zijn eerste editie van de Institutie) als ook verschillende families van wederdopers. Onder hen het gezin van Jean Stordeur en zijn vrouw Idelette de Bure uit Luik. De gesprekken van Calvijn met hen leidden ertoe dat zij zich aansloten bij de gereformeerde vluchtelingenkerk van Straatsburg. En nadat Jean Stordeur was overleden, kwam het zelfs tot een huwelijk tussen Calvijn en de weduwe Idelette de Bure.  

Jakob Sturm heeft zich met al zijn grote gaven ingezet voor de Reformatie in Straatsburg, wat tegelijk grote betekenis had voor die christenen in Europa die te maken hadden met onderdrukking en vervolging. 

Zijn naamgenoot Johannes Sturm heeft een vergelijkbare houding aangenomen als pedagoog en onderwijskundige. 

2. Johannes Sturm

Johannes kwam ter wereld op 1 oktober 1507; zijn geboorteplaats was Schleiden, de hoofdplaats van het gelijknamige graafschap in het hertogdom Luxemburg. Zijn vader diende als rentmeester van de graaf Dirk IV van Manderscheid. Johannes kreeg in Luik zijn eerste opleiding op een school van de Broeders des Gemenen Levens; daarna werd gekozen voor universitaire studie in Leuven. Daar kreeg hij de smaak te pakken om zich in de werken van Erasmus te verdiepen. Het maakte Johannes Sturm in eerste aanleg tot een volwaardig christen-humanist. Intussen werkte hij in zijn eigen drukkerij aan uitgaven van verschillende Griekse schrijvers. Het gaf hem niet alleen bekendheid, maar het kwam ook zover dat hij een benoeming kreeg tot professor in de klassieke talen en de logica aan het door koning Frans I in 1530 opgerichte Collège Royal in Parijs – een frisse tegenhanger van het als somber bekendstaande Collège de Montaigu. Sturm was het eens met de pedagogische en onderwijskundige inzichten van zijn Wittenberger collega Philippus Melanchthon. En daarmee liet Johannes Sturm ook merken dat hij in de zaak van de religie de keus gemaakt had voor de Reformatie. Hij was ook daarin een zelfstandig denker, die zich niet automatisch bij een van de leidende reformatoren aansloot. Toch kregen de geschriften van Martin Bucer grote invloed op Sturm – het werd de eerste verbindingslijn naar Straatsburg. Intussen was het de grote vraag hoe lang hij het als protestant kon volhouden in Parijs? 

Naar Straatsburg

In het jaar 1537 kreeg Johannes Sturm een eervolle uitnodiging van Jakob Sturm en Martin Bucer; ze wilden hem overhalen om naar Straatsburg te komen en daar het onderwijs in reformatorische geest in goede banen te leiden. In deze vrije Duitse rijksstad leefde bij veel reformatorische leiders de grote wens een eigen gymnasium op te richten waar de eerste beginselen werden onderwezen van niet alleen de klassieken in het algemeen maar ook van de klassieken die voor de reformatorische theologie van fundamenteel belang waren – onder hen kerkvaders zoals Augustinus. De opleiding zou de jongens – meisjes kregen dat onderwijs nog niet – de basis verschaffen voor universitaire studie in Basel, Genève, Heidelberg en andere steden in Zwitserland en Duitsland. Een nieuwe generatie theologen, juristen en medici zou zich straks in Europa manifesteren.

De 30-jarige Sturm nam de uitnodiging aan. En al in 1538 kwam het in Straatsburg tot de oprichting van het protestants gymnasium. De stad had kennelijk genoeg financiële middelen om deze schoolstichting te realiseren. 

Onderwijsvernieuwing

Johannes Sturm werd de eerste rector van dit gymnasium en schreef voor zijn school een verrassend nieuw leerplan, bedacht nieuwe lesdoelen en schreef de daarbij behorende nieuwe lesmethoden voor. Een van de nieuwigheden was het leerstof-jaarklassen-systeem, een forse correctie op de oude manier van lesgeven aan alle pupillen, of ze nu gevorderden waren of nieuwkomers. Overigens had Sturm dit idee al opgedaan n in de school te Luik; immers deze vernieuwing was door de Zwolse scholarch en Moderne Devoot Jan Cele († 1417) bedacht met het doel meer orde en grip te krijgen op de vorderingen van de schoolgaande jeugd. Deze werkwijze was intussen op veel scholen van de Broeders des Gemenen Levens in Europa doorgevoerd en sloot goed aan bij de eisen van de moderne tijd. De nieuwe school stond open voor leerlingen vanaf hun 7delevensjaar; zij kregen vooral les in het Latijn, welke taal ze moeste konden lezen, schrijven en spreken. De totale schoolperiode duurde op zijn minst 9 jaar en kon worden verlengd met 5 jaar voor het volgen van colleges en speciale lezingen – dit alles uiteraard in het Latijn. 

De ‘technische’ verbetering in de schoolordening ging gepaard met de fundamentele oriëntatie op de levenstaak van de wetenschappelijk gevormde mens – deze diende zich bewust te zijn van de christelijke basishouding die tot uitdrukking kwam in de spreuk sapiens atque eloquens pietas, d.w.z. godsvrucht met wijsheid en welsprekendheid gehuwd (aldus de weergave van H. Bavinck). Calvijn, die juist in 1538 naar Straatsburg was gekomen zal deze nieuwe school gezien hebben als een uitstekend middel in Gods hand om kerk en samenleving te dienen zoals God dat eiste. Calvijn en Sturm werden bevriend met elkaar. 

Johannes Sturm: reformatorisch onderwijsman - Kerk & religie - RD.nl
Het Sturm-Gymnasium

Het gymnasium van Sturm maakte furore en werd tot voorbeeld gesteld voor alle reformatorische gymnasia in Duitsland en Zwitserland. In 1567 werd de school verheven tot academie, waarbij het promotierecht ook werd toegekend. De academie trok veel jonge studenten uit heel Europa, onder hen de uit Brugge afkomstige Franciscus Gomarus die met zijn ouders gevlucht was voor de inquisitie in Vlaanderen. 

Moeilijke jaren

Maar in de jaren ’70 kwamen er rondom de academie spanningen aan het licht: enkele lutherse theologen – Johannes Marbach en Johannes Pappus met een paar collega’s – vonden het calvinisme van Sturm een verhindering voor de door hen gewenste kwaliteit van het christelijk onderwijs. Na diverse mislukte pogingen om tot overeenstemming te komen eisten zij het vertrek van Johannes Sturm. Dat werd doorgezet in 1581/82 toen Sturm als rector werd afgezet. 

De laatste levensjaren van de ex-rector waren dramatisch: hij leefde in armoede en elke vorm van waardering leek nu te ontbreken. Ook speelde mee dat Sturm steeds meer de gevolgen ondervond van toenemende blindheid. Op 3 maart 1589 overleed Johannes Sturm in Straatsburg. 

Door de meeste kenners van ‘historische pedagogiek’ wordt de naam en de invloed van Johannes Sturm met respect vermeld. Zij die het niet met hem eens waren beoordeelden zijn taalonderwijs als ‘lijfeigenschap van het Latijn’. Overigens zou het nog tot ver in de 19de eeuw duren voor het Latijn definitief het veld ruimde voor de taal van het land waar de universiteit zich bevond. 

Strassburg, 300 Jahre Gymnasium - Münzen 2019/09/26 - Starting ...

Literatuur

Matthieu Arnold, Johannes Sturm (1507-1589). Tübingen 2009

H. Bavinck, Paedagogische beginselen. Kampen 1917 (tweede druk), p. 51 vv. 

William Boyd, Geschiedenis van onderwijs en opvoeding. Utrecht/Antwerpen 1972, reg. 

Thomas A. Brady, Protestant politics; Jacob Sturm (1489-1553) and the German Reformation. New Jersey 1995

Bernd Schröder (Hg.), Johannes Sturm (1507-1589), Pädagoge der Reformation. Jena 2009

Otto Winckelmann, ‘Jakob Sturm’; in: Allgemeine Deutsche Biographie, Band 17. Leipzig 1894

Theobald Ziegler, ‘Johann Sturm’; in: Allgemeine Deutsche Biographie. Band 37. Leipzig 1894.